6.3. Een planning geven

Ik ga / we gaan ... (+ de actie)
De planning is zo: ...

Als je planning meer delen heeft, dan moet je structureren.
Om je plannen te structureren, kan je structuurwoorden gebruiken.

  • Chronologisch (in de juiste volgorde in de tijd):
  Eerst ... dan / toen ... Daarna ... En dan / toen ... en daarna ... en ten slotte ...
  • Als opsomming: alle dingen die je gaat doen, zet je naast elkaar:
  Ten eerste ... ten tweede ... ten derde ... En ten slotte ...